Vlakke figuren en hun eigenschappen

lees aandachtig en denk goed na! Kies dan het juiste antwoord uit.

Elk vierkant is een rechthoek.
Een rechthoek is altijd een parallellogram.
Een trapezium heeft twee paar evenwijdige zijden.
De diagonalen van een rechthoek snijden elkaar precies in twee gelijke delen.
De diagonalen van een ruit staan loodrecht op elkaar.
De diagonalen van een parallellogram zijn altijd even lang.
De overstaande hoeken van een ruit zijn aan elkaar gelijk.
Een vierkant is een ruit waarvan de diagonalen even lang zijn.
De overstaande zijden van een parallellogram zijn altijd even lang.
Een rechthoek heeft vier gelijke hoeken.
Een cirkel is een veelhoek.
De hoeken van een regelmatige vijfhoek zijn gelijk.
De zijden van een gelijkbenige driehoek zijn even lang.
Een gelijkzijdige driehoek heeft ongelijke hoeken.
Een stomphoekige driehoek heeft maar één stompe hoek.
Een rechthoekige driehoek heeft drie rechte hoeken.
Een regelmatige vierhoek is ook een vierkant.
Een diagonaal verdeelt de ruit in twee dezelfde driehoeken.
Een veelhoek heeft steeds gelijke zijden.
De middellijn van een cirkel is het dubbele van de straal.