Onderwerp en persoonsvorm

De jongen richtte zijn aandacht volledig op de les. - onderwerp: - persoonsvorm:
Hij draagt mij naar huis. - onderwerp: - persoonsvorm:
Mijn buurmeisje brengt mij een geschenk. - onderwerp: - persoonsvorm:
De middenvelder miste een prachtige kans. - onderwerp: - persoonsvorm:
In het rusthuis kaarten de bejaarden elke dag . - onderwerp: - persoonsvorm:
De geruchten verspreiden zich als een lopend vuurtje. - onderwerp: - persoonsvorm:
In de lift roepen ze allemaal om hulp. - onderwerp: - persoonsvorm:
Hij aanvaardt zonder morren de boete. - onderwerp: - persoonsvorm:
De man stortte neer. - onderwerp: - persoonsvorm:
Papa bereidt regelmatig spek met eieren. - onderwerp: - persoonsvorm: