Onderwerp en persoonsvorm

Marjan en Lopke stappen samen door het bos. - onderwerp: - persoonsvorm:
Ik snap dat moeilijke vraagstuk helemaal niet. - onderwerp: - persoonsvorm:
Wat vind je van mijn idee? - onderwerp: - persoonsvorm:
Papa durft wel eens te snel te rijden op de autosnelweg. - onderwerp: - persoonsvorm: .
Schaatsen vind ik fijn. - onderwerp: - persoonsvorm:
De dief vluchtte in een smal steegje weg. - onderwerp: - persoonsvorm:
Elien krijgt een geschenk voor haar verjaardag. - onderwerp: - persoonsvorm:
Op kamp kookten de leiders elke dag. - onderwerp: - persoonsvorm:
De man kreeg zijn parachute niet open. - onderwerp: - persoonsvorm:
Thomas valt om van verbazing. - onderwerp: - persoonsvorm: