Werkwoorden: de noemvorm - oefening 2 (vervolg van oefening 1)

1. Hij had gezegd dat ze tegen het licht van de dag, zoals verwacht, zouden kunnen juichen.
2. En inderdaad, met een zucht reed hij de grens over en bracht de lachende vluchtelingen weer thuis.
3. Ze waren dan ook zichtbaar ontroerd.
4. Hun gezichten leken wel lichtjes, hun ogen waren vochtig en hun handdruk krachtig.
5. En zolang ze konden, wuifden ze de bestuurder achterna.
Noteer hier, in volgorde zoals ze in de zin staan, de noemvorm van de vetgedrukte werkwoorden.
Zin 1: - -
Zin 2: -
Zin 3: -
Zin 4: -
Zin 5: -