t/d-oefeningen
Op vrij
ag gaan we met de klas zwemmen.
Op de gron
liggen stukken glas.
Ik tel tot honder
en dan kom ik jullie zoeken.
Hij vaarde met een boo
je op het kanaal.
Ik heb kou
.
In het begin van elke maan
krijg ik 25 euro zakgel
.
In de klas leren we veel lie
jes.
Ik hou ervan om lange afstan
en te lopen.
Op het ein
e van de straat staat de politie.
Heb je een blaa
je om op te schrijven.
Die jongen is mijn vijan
.
Om tien uur is het speeltij
.
Ik heb nieuwe potlo
en gekocht.
Op de speelplaats houden we een wedstrij
je 'om het vlugst lopen'.
In mijn kamer brandt nog een lich
je.
De dag van vandaag is er veel gewel
in de werel
.
Ken je een voorbeel
van een werkwoor
?
De zomervakantie komt dich
erbij.
Hoeveel kin
jes zitten er in jouw klas?
Dit zijn goe
kope kleren.
De mo
or van onze auto is kapo
.
Er spoelden twee nieuwe zeehon
en aan.
Dat meisje draagt altijd haar hoof
oek.
Controleer
OK