het vreemde ei-verhaal... oefening 1

 
vul de woorden aan met -ei-
1Toen de kzerin een kln msje was, ging ze graag zlen op zee.
2Soms ging ze in het gehm naar de Mechelse hde.
3Na een ndje wandelen, langs een wde waar gten stonden, kwam ze aan het water.
4Met haar gen zlbootje zlde ze naar een landje.
5Later rsde ze met de trn.
6Eerst nam ze afschd van haar bde ouders, haar bde kinderen, haar md en tot slot haar man, de kzer.
7Vanaf het pln, vlak voor het pals, vertrok de trn.
8De kzerin nam niet veel mee op rs: wat gebakken eren, prsoep en steeds een bakje aardben.
9Aan het nd van de rs kocht ze altijd voor haar kinderen allerl poppetjes, gemaakt van klne klbolletjes.
10In m geef ik je een sntje, z ze, dan maken we samen een keer een rsje!